Melanoom

Het melanoom staat bekend als een agressieve vorm van huidkanker. Jaarlijks overlijden er in Nederland ongeveer 800 mensen aan een melanoom. De incidentie (aantal nieuwe melanomen per jaar) is toegenomen in Nederland en is hoger dan in de omringende Europese landen. Dit komt door het lichte huidtype in combinatie met de hoge blootstelling aan zon. De sterfte is echter wel gedaald in de afgelopen jaren. Dit komt waarschijnlijk door betere voorlichting en vroegtijdige ontdekking. De prognose is afhankelijk van de Breslow dikte. Dit is de dikte van de tumor gemeten vanaf de granulaire laag in de huid (dus de laag net onder de hoornlaag). De meeste melanomen ontwikkelen zich langzaam (in 1-2 jaar) maar er zijn ook snelgroeiende varianten. De snelgroeiende varianten zijn vaak al dik bij diagnose en hebben een slechte prognose.

Bekende risicofactoren zijn blootstelling aan UV-straling, episoden van ernstige zonverbranding op kinderleeftijd, huidtype I, actinische schade, familiaire voorkomen van melanomen, het hebben van > 100 moedervlekken, basaalcelcarcinoom of plaveiselcelcarcinoom in de voorgeschiedenis, zonnebank gebruik.

Klinisch beeld

Vaak gaat het om een moedervlek die veranderd is van kleur of toegenomen is in grootte.  Vaak zijn de melanomen groter dan 5 mm. De laesie is vaak asymmetrisch qua kleur en aspect, er zijn onregelmatige contouren, een rode hof en de patiënt geeft vaak aan dat de moedervlek jeukt of bloed. Het niet doorlopen van de huidlijnen in een melanoom is een symptoom dat vaak wat later optreedt. Iedere moedervlek met een afwijkend patroon of veranderingen dient onderzocht te worden.

Extra moeilijk is het herkennen van een amelanotische melanoom, waarbij het pigment grotendeels verdwenen is en er een roze/rode zwelling te zien is. Dermatoscopie kan de diagnose betrouwbaarder maken.

Er zijn verschillende klinisch-pathologische subtypen van het huid melanoom:

  • Lentigo maligna melanoma: komt uitsluitend voor op het gelaat op oudere leeftijd.  Het lentigo maligna melanoma ontstaat uit een lentigo maligna (carcinoma in situ). Zodra er invasie in de lederhuid optreedt is er sprake van een lentigo maligna melanoma in plaats van een lentigo maligna. De tumor groeit traag maar kan wel uitzaaien.
  • Superficieel spreidend melanoom en het nodulaire melanoom kunnen als een type beschouwd worden. Dit zijn de meest voorkomende vormen. Indien het om een horizontale groei gaat waarbij de tumor beperkt blijft tot de oppervlakkige dermis heet het een superficieel spreidend melanoom. Later gaat het melanoom ook verticaal groeien waarbij de tumor de dieperliggende lagen van de huid invadeert (nodulaire type). Het nodulaire type is vaak dikker qua Breslowdikte en heeft een slechtere prognose. Deze vormen komen op alle leeftijden voor met een piek tussen de 40 en 50 jaar. Bij vrouwen komt het meestal voor op de benen, terwijl dit bij mannen op de rug is.
  • Het subunguale melanoom (melanoom onder de nagel) en het melanoom van de handpalmen en de voetzolen worden acrolentigineuze melanomen genoemd. Dit is vrij zeldzaam. Ze treden onafhankelijk van het huidtype op en hebben een relatief slechte prognose.

Elke verdachte laesie wordt geëxcideerd, dus weggesneden met een marge van 2 mm en wordt histopathologisch beoordeeld. Is er sprake van een melanoom, dan volgt er een therapeutische re-excisie, om eventueel aanwezige satellieten dus uitzaaiingen in de huid net naast de tumor te verwijderen.

Dat betekent dus dat er bij een melanoom altijd twee keer een ingreep plaats vindt. De kans op uitzaaiingen is groter naarmate de Breslow dikte toeneemt. Hoeveel er weggesneden dient te worden, hangt af van de Breslowdikte, namelijk een 0.5 cm, 1 of 2 cm. Afhankelijk van de Breslowdikte kan er een poortwachtersklier, ook wel sentinel node verwijderd worden.