Basaalcelcarcinoom

Het basaalcelcarcinoom is een vorm van huidkanker die zeer goed te behandelen en dus te genezen is. Deze huidkanker groeit zeer langzaam en zaait in principe niet uit. Het is de meest voorkomende vorm van huidkanker. Jaarlijks worden er bij ongeveer 300.000 mensen een of meerdere BCC’s verwijderd.

Risicofactoren voor het krijgen van een basaalcelcarcinoom zijn regelmatige blootstelling aan de zon, genetische predispositie, hoge leeftijd, mensen met een verminderde afweer door bijvoorbeeld medicatie en mensen met een licht huidtype (huidtype I-II).

De belangrijkste vormen van het basaalcelcarcinoom zijn ingedeeld naar histologische groeiwijze:

  • Het compacte basaalcelcarcinoom (solide/nodulair): Deze vorm heeft een compacte groeiwijze waarbij er een scherpe begrenzing is tussen de normale huid en het kwaadaardige weefsel.  Meestal ziet men een ronde glanzende zwelling met enkele vaat ingroei.
  • Het superficiële basaalcelcarcinoom: Deze groeit zeer oppervlakkig en is vaak multifocaal. Deze vorm wordt het meeste op de romp gezien. De plek lijkt ook een schimmelplek, dat wil zeggen dat de plek vaak rood en wat schilferig is met een scherpe afgrenzing.
  • Het sprieterige basaalcelcarcinoom: Hierbij is de begrenzing tussen het kankerweefsel en het gezonde weefsel onscherp omdat kleine stengetjes van het basaalcelcarcinoom het omgevende weefsel binnendringen. Een sprieterig basaalcelcarcinoom kan er uitzien als een litteken.
  • Het micro nodulaire basaalcelcarcinoom: Dit groeit in kleine afgeronde nesten en lijkt op een nodulair basaalcelcarcinoom, echter meestal is deze tumor uitgebreider aanwezig in de huid.

Vaak is er een combinatie van groeiwijzen. Het carcinoom wordt dan naar de meest ongunstige groeiwijze genoemd. Het sprieterige BCC en het micronodulaire BCC zijn agressiever dan de nodulaire en de superficiële vorm.

Het klinische beeld kan zeer wisselend zijn. Het gaat vaak om een bolronde zwelling/afwijking, gekenmerkt door een glanzend parelmoerachtig randje met daarbij vaak teleangiëctastieën. De tumor kan ook gepigmenteerd zijn. Het komt voor op plekken van de huid die vaak blootgesteld zijn aan de zon.  De meest voorkomende locatie is het gelaat. Op de romp en ledematen ziet het er vaak uit als een rode scherpe plek. De diagnose kan gesteld worden door middel van een biopt. Door middel van het biopt kan ook de groeiwijze bepaald worden.

Behandeling:

De behandeling is afhankelijk van een aantal factoren, zoals de locatie, de grootte en de groeiwijze.

Chirurgische excisie, dus het wegsnijden van de tumor, is de eerste keus therapie indien het om een goed afgrensbaar basaalcelcarcinoom gaat van <1 cm.  Er wordt dan een marge van 3 mm gehanteerd. Bij grotere tumoren of indien het op een sprieterig groeiend BCC gaat wordt er een marge van 5 mm gehanteerd. Na excisie wordt er gekeken of de snijvlakken tumorvrij zijn, ofwel het weefsel wat verwijderd is, wordt nagekeken door de patholoog.

Cryochirurgie is een minder effectieve behandeling. Dit wordt met name ingezet bij kleine superficiële basaalcelcarcinomen. Indien het om een basaalcelcarcinoom met een agressievere groeiwijze gaat is dit geen optie!

De excisie door micrografische chirurgie (Mohs) is een goede optie bij sprieterig groeiende basaalcelcarcinomen op locaties als de ooghoeken en de neus. Er is hier weinig ruimte om de huid netjes te sluiten. Met deze methode blijft de schade zo beperkt mogelijk en is het wel zeker dat het radicaal verwijderd is.  Het in 45 graden uitgesneden preparaat wordt direct door de pathologie bewerkt en alle randen worden gecontroleerd of er nog tumorweefsel aanwezig is. Mocht er in een deel nog tumor aanwezig zijn, dan wordt alleen hier meer weefsel eruit gesneden. Deze therapie, waarbij de heer Mohs een Zwitserse dermatoloog de grondlegger is, is zeer effectief, maar ook erg tijdrovend. Het is een weefsel sparende ingreep. Nadat alle tumor uit de huid is gesneden, wordt de wond weer gesloten. Deze ingreep is geschikt voor sprieterig groeiende of slecht afgrensbare basaalcelcarcinomen.

Lokaal imiquimod en fotodynamische therapie (PDT) zijn een goede behandeling voor superficiële basaalcelcarcinomen.

Bij PDT wordt er een crème op de aangedane huid gesmeerd die ervoor zorgt dat de beschadigde cellen gevoelig worden voor licht. Na enkele uren wordt de huid belicht met een speciale lamp waardoor de cellen kapotgaan.

Bij imiquimod, ook wel aldara wordt de tumor behandeld met een crème, die de huid kapot maakt. Door deze crème wordt het immuunsysteem van de patiënt wordt gestimuleerd, en worden zo de afwijkende cellen opgeruimd.

Andere behandelingsmogelijkheden zijn radiotherapie/bestraling en curettage met elektrocoagulatie (wegschrapen en wegbranden).